Right To Play is een internationale humanitaire organisatie, opgericht door viervoudig Olympisch kampioen Johann Olav Koss en gesteund door vele topatleten en vrijwilligers uit 40 verschillende landen. De organisatie gebruikt sport- en spelprojecten om de levens van kinderen in de meest achtergestelde gebieden ter wereld te verbeteren. Daarnaast zet Right To Play zich in om de gemeenschappen waarin zij leven sterker te maken door middel van de kracht van sport en spel. De Right To Play programma’s zorgen voor een gezonde, fysieke, sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen.
Elke week nemen meer dan 700.000 kinderen deel aan reguliere sport- en spelactiviteiten. Als wij daar de incidentele sport- en speldagen en festivals bij optellen zijn dat in totaal 1 miljoen kinderen. Deze activiteiten worden mogelijk gemaakt door bijna 14.000 locale Coaches, Leraren en Leiders, die zich op vrijwillige basis voor Right To Play inzetten. Right To Play werkt in 20 ontwikkelingslanden in Afrika, Azië, Midden Oosten en Zuid-Amerika.
Play to Learn
Met het programma Play to Learn werken de lokale Right To Play kantoren in Benin, Ghana en Rwanda samen met basisscholen en onderwijscentra. Leraren van deze scholen krijgen training in diverse Right To Play modules waarin de ontwikkeling van kinderen centraal staat en worden zo Right To Play coach. De sport en spelactiviteiten uit de modules zijn behalve leuk om te doen ook leerzaam en bevatten altijd een boodschap. Kinderen leren bijvoorbeeld spelenderwijs over gezondheidskwesties, respect voor elkaar en samenwerken. De Play to Learn activiteiten kunnen in gymlessen en in andere lessen worden gebruikt.
Play to Learn verwijst naar Right To Play’s werkwijze om kinderen op school actief kennis en vaardigheden bij te brengen en daarover te praten met elkaar. Cruciaal in Right To Play’s methode zijn de discussies die de coach aan het begin en eind van elke activiteit leidt. In deze sessies wordt kinderen naar hun mening en ervaring gevraagd en wat ze van het spel hebben geleerd. Allerlei kwesties en problemen worden zo bespreekbaar gemaakt.
Resultaten laten zien dat deze aanpak leidt tot mondige leerlingen, verhoogde schoolopkomst (vooral onder meisjes) en meer kennis en (levens)vaardigheden. De betrokkenheid van de leraren en kinderen in het programma heeft een positief effect op de hele gemeenschap.